Verschraling als rijkdom
‘Het is ongelooflijk hoe snel biodiversiteit zich kan herstellen als je natuur tijdig de ruimte geeft’
Op het grensvlak van natuur, familiegeschiedenis en toekomstgericht landschapsbeheer werken Jo Engelbert en Maartje Thissen, samen met hun families, aan de ontwikkeling van rijk botanisch hooiland. Ooit agrarisch in gebruik, ontwikkelt zich dit gebied nu tot een soortenrijk landschap binnen het netwerk van agrarisch natuurbeheer via Natuurrijk Limburg.
“We zijn hier niet alleen bezig met natuurontwikkeling,” vertelt Jo. “We zijn ook bezig met familiegeschiedenis, met wat deze plek aan herinneringen draagt en de verantwoordelijkheid voor wat hier al eeuwenlang aanwezig is.”
Twee levens, één landschap
Jo Engelbert groeide op op de boerderij van zijn vader Jef Engelbert. Een overname kwam er niet. “Alleen een samenwerkingsverband was mogelijk geweest. Daarvoor moest het bedrijf minimaal twee keer zo groot worden. Dat was voor ons allebei te ingrijpend, dus ben ik gaan werken.” Zijn loopbaan bracht hem tien jaar bij Philips en daarna bij ExxonMobil, in leidinggevende functies. Toch bleef de band met het land bestaan.
“De afwisseling van fabriekswerk en helpen op de boerderij was een gezonde balans voor lichaam en geest,” vertelt hij. Na het overlijden van zijn vader, en later zijn moeder, bleef vooral de emotionele waarde van de huisweilanden overeind. “Die gronden zijn onlosmakelijk verbonden aan onze familie. Daarom hebben we ze in de familie gehouden.”
Maartje Thissen groeide op in Midden-Limburg, tussen dieren en boerenbedrijven. “Ik was gefascineerd door de groei en anatomie van dieren,” vertelt ze. “Ik wilde dierenarts worden, maar het werd de mens.” Ze studeerde geneeskunde en specialiseerde zich in psychiatrie. “In mijn werk speelt het zenuwstelsel een belangrijke rol. Ik zag hoe belangrijk een natuurlijke omgeving kan zijn voor herstel.” Die inzichten brengt ze nu samen in gebiedsontwikkeling, natuurbeheer en cultuurhistorisch herstel. “Zo komen die twee werelden samen: mens en landschap.”
Van agrarisch natuurbeheer naar herstart
Het gebied kent een lange geschiedenis met agrarisch natuurbeheer (ANLb). “Mijn vader was al deelnemer. Het gebied tussen Raar en Houthem was een voorbeeld voor de streek,” zegt Jo. “Door andere voorwaarden in de toenmalige regeling stopte voor deze percelen de mogelijkheid een vergoeding te krijgen voor natuurbeheer. Om het land te onderhouden, moest er opnieuw intensiever worden gewerkt. Met pijn in ons hart zijn we weer gaan bemesten. Het opgebouwde natuurgebied ging langzaam terug naar oud grasland.”
Jaren later kwam er een nieuwe kans, maar alleen via een collectief. Via een toevallige ontmoeting met Maartje’s familie, die naast het gebied ging wonen en aangrenzende percelen kocht, ontstond een nieuwe samenwerking. “We hadden dezelfde ambitie: voortbouwen op wat boeren hier generaties lang hebben gedaan, en tegelijk zoeken naar manieren om het land gezond en toekomstbestendig te houden”, zegt Maartje. Na een zoektocht via websites en adviseurs kwamen ze uiteindelijk bij een veldmedewerker van Natuurrijk Limburg terecht. Jo: “Een paar weken later waren we deelnemer."
Botanisch grasland als levend systeem
Botanisch grasland betekent voor Jo en Maartje: geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen en een natuurlijke ontwikkeling van soortenrijkdom. “Er staan soms wel twintig soorten per vierkante meter,” vertelt Jo. “Brandnetels en ridderzuring hebben plaatsgemaakt voor inheemse kruiden. En dat zie je per seizoen veranderen.”
Maartje vult aan: “Je ziet al snel soorten opkomen als je de bodem met rust laat. Het is botanisch beheerd, kruidenrijk grasland dat ecologisch functioneert als natuurterrein. Het is een levend systeem. Er zat een kerkuil met jongen. En we zien buizerds, ijsvogels en zelfs een broedpaar rode wouwen. Er zit veel wild, en verschillende, ook bedreigde, soorten wilde bijen, ook Rode Lijst soorten. Het is ongelooflijk hoe snel biodiversiteit zich kan herstellen als je het tijdig de ruimte geeft”.
Landschap, water en historie
Dankzij Natuurrijk Limburg werd een oude bomenlaan opnieuw aangeplant met autochtoon inheemse winterlindes. Het gebied neemt tevens deel aan het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg en ligt binnen het karakteristieke Nationaal Landschap Zuid-Limburg. “We vergroten de sponswerking van het gebied. We werken aan het langer vasthouden van water,” vertelt Jo. “Twee oude waterbekkens worden hersteld, net als historische waterlopen die door de tijd heen zijn dichtgeslibd.”
Uit historisch onderzoek blijkt dat het gebied al in 1381 wordt beschreven. Maartje: “Dat geeft wel aan hoe oud deze structuren zijn. Je voelt dat de geschiedenis in de bodem zit.” Monumentale bomen, een oude drinkbeek en mergelrijke bodems versterken dat beeld. “Het is niet alleen natuur, het is ook cultuurhistorie. Dat maakt het zo bijzonder.”
Beheer en spanning
Niet iedereen in de omgeving is even positief. Jo: “Sommige mensen protesteerden tegen aanplant van bomen. We hebben alles via de officiële weg gedaan. Het kost veel tijd en energie.” Toch overheerst ook steun. “Wandelaars en fietsers stoppen hier regelmatig. Die zien wat er gebeurt en genieten ervan.”
De toekomst van het landschap
Voor Jo en Maartje ligt de toekomst in verdere versterking van biodiversiteit en landschapsstructuur. Maartje: “We willen hagen herplanten, poelen maken en misschien nog een paar schapen, koeien of paarden op de percelen laten lopen.” “Extensieve begrazing past hier perfect bij het landschap,” vult Jo aan. “Maar regelgeving in een inundatiegebied maakt dat soms lastig.” De ambitie blijft echter helder: een robuust, veerkrachtig landschap dat natuur en mens duurzaam verbindt. “Botanisch grasland staat niet op zichzelf. Het werkt als een brongebied voor bloemen, insecten, vogels en bodemleven, en versterkt daarmee ook het omliggende boerenland.”
Wat blijft
Wat willen ze dat mensen onthouden? Jo: “Dat er een wereld schuilgaat achter het beheer van zo’n gebied. Het kost tijd, geld en doorzettingsvermogen. Maar het is essentieel werk.” “Natuur is de onderlaag”, besluit Maartje. “Het is de basis van ons bestaan. Van bestuiving tot waterkwaliteit. Als we dat vergeten, verliezen we meer dan we denken.”
Samen kijken ze uit over hun percelen. “We zijn trots,’ besluit Jo. “Niet omdat het af is, maar omdat het lééft.”