Maai geen slootkanten, bermen en graskanten in mei en juni; bescherm de patrijs!

Mei en juni waren de maanden van de waarheid voor de patrijs. Ze waren aan het broeden en moesten absoluut met rust gelaten worden.

Patrijzen nestelen liefst in ruige grasrandjes. Vroeger ruimschoots voorhanden op het gevarieerde boerenland, tegenwoordig nauwelijks meer te vinden. In feite kunnen ze nu in het strak aangeharkte boerenland alleen nog maar terecht in wegbermen en slootkanten. Tussen de naadloos aan elkaar grenzende, grote, landbouwpercelen is geen ruig randje meer te vinden.

Steeds meer rekening houden met de natuur

In het wuivende gras van weg- en slootkanten zitten de patrijzen op hun nest. Maar waterschappen en boeren maaien juíst in deze maanden slootkanten en bermen kaal. De algemeen heersende opvatting is nog steeds dat watergangen in het voorjaar kaal moeten zijn, want regenwater moet snel weg kunnen.

Bodembeheer

Op de hoge zandgronden in Oost-Nederland hebben boeren de luxe dat ze op afroep “gratis” en onbeperkt hun gewassen uit grondwater kunnen beregenen. Dat is veel makkelijker dan de lenteregen “dankbaar ontvangen en vasthouden”. De huidige intensieve landbouw is volledig afhankelijk geworden van afvoer van hemelwater en maximale benutting van grondwater. Gebruik maken van het natuurlijke wateraanbod, via goed bodembeheer, lukt veel boeren niet meer. Met als tragische consequentie dat in het moderne boerenland volop gemaaid wordt in de kwetsbare broedtijd van de patrijs.

De tuin “netjes” maken in het voorjaar?

Ook burgers in het buitengebied hebben een aandeel in het aantasten van het leefgebied van de patrijs, want in mei en juni grijpen zij massaal naar de bosmaaier. De kantjes rond huis, heg en huiswei moeten “netjes” zijn voor passanten en buren,  maar ook daar broeden patrijzen. Ze zitten echt op de gekste plekken. Juist waar je het niet verwacht, zit de patrijs – onzichtbaar met haar perfecte schutkleur – doodstil op haar 15 tot 20 eieren.

Stilzitten werkt niet altijd

Bij gevaar blijft ze roerloos zitten. Dat werkt goed bij een passerende wandelaar -een hond, kat of ander roofdier-, maar niet als de bosmaaier onverbiddelijk nadert. Dan wordt de broedende hen eenvoudigweg verhakseld op de eieren. Soms komt ze op tijd weg. Maar ze zal niet meer terugkeren. Het nest is verloren. Met de op uitkomen staande kuikentjes.

Patrijzennesten niet te vinden

Patrijzennesten opzoeken om ze te beschermen is nauwelijks te doen. De nesten zijn nagenoeg onvindbaar. En als je ze al vindt, is het nest meestal definitief verstoord. De patrijshen maakt dan liever een nieuw legsel op een andere plek.

Tip aan iedereen! Maainietmaanden mei en juni!

Kortom, maai geen slootkanten, bermen en graskanten in mei en juni. Geef die paar patrijzen die we nog hebben alsjeblieft een kans! Samen kunnen we de patrijs een kans geven door rekening te houden met het maaimoment van slootranden, heg en huiswei.