Akkernatuur is lange tijd een miskend natuurtype geweest in Nederland. De natuur die daarbij hoort, zoals de hamster, heeft het daarom moeilijk. Natuurrijk Limburg werkt met meerdere partijen, verenigd in de Korenwolfcommissie, aan een groter en meer gevarieerd areaal waar de hamster kan leven. Het project Hamster op eigen Benen is hiervan een belangrijke aanjager. Al sinds de jaren 90 wordt in Zuid-Limburg gewerkt aan actieve bescherming van de hamster (ook wel korenwolf genoemd), onder leiding van de Korenwolfcommissie.

Natuurrijk Limburg staat aan de lat voor de akkers die nabij de hamsterreservaten liggen. Naast hamstervriendelijk beheer werken we ook aan een bredere doelstelling ervan.

De visie op en aanpak van hamsterbeheer is aanzienlijk veranderd door het project Hamster op eigen Benen. Waar de oplossing voor het uitsterven van de soort eerst vooral in specifieke soortbescherming werd gezocht (door gronden uitsluitend voor de hamster te beheren) wordt nu veel meer gekeken hoe de bescherming binnen de gangbare landbouwmethoden kan worden gerealiseerd. De aandacht is dus deels verschoven naar bedrijfsmatige innovatie.

De vraag is daarom of het hamsterbeheer haar naam niet ontstegen is, waar we nu beter spreken van hamstervriendelijke of – beter nog – soortenrijke graanteelt.

Hamstervriendelijke productie

Tot voor kort werden, binnen dit project, hele graanpercelen niet geoogst om de hamster voldoende bescherming te geven gedurende de (na)zomer begin van de herfst. Dat is een kostbare aangelegenheid. Bovendien blijkt ook dat daarmee niet voldoende oppervlakte aan gunstig leefgebied voor de hamster kan worden gerealiseerd.

Het experiment Hamster op eigen Benen heeft daarbij nieuwe inzichten gegeven. Het is voor de akkers waar hamsters op kunnen leven beter om anders en/of later te oogsten. Dat is financieel gunstig: met hetzelfde geld kunnen we het leefgebied vergroten. De druk van predatoren op de populatie wordt daardoor ook kleiner (de hamster is een prooidiersoort): de dichtheid van de soort is dan lager maar over een veel groter oppervlak. Dat levert een lagere pakkans op.

Vergroting van geschikt leefgebied is voor de hamster noodzakelijk omdat er (met 350 ha agrarisch natuurbeheer zonder oogsten, 250 ha ANLb met oogsten en 150 hectare reservaatbeheer op natuurgrond) onvoldoende leefgebied is om een levensvatbare populatie in stand te houden. Daarom is de hamster nog steeds afhankelijk van een fokprogramma. Dat moet snel anders.

Akkernatuur profiteert

De hamster kan gezien worden als een icoon voor een heel scala aan akkernatuur. Nu al is te zien dat het in gebieden met hamsterbeheer heel goed gaat met akkervogels: vooral in de winter zijn hier grote groepen overwinterende akkervogels te zien, die op de hamsterakkers voedsel komen zoeken. Een soort als de veldleeuwerik is in voorjaar en zomer nog volop te horen boven de Limburgse dalen. Bij een goede mozaïek van verschillende soorten akkerbeheer, zoals ook bij de patrijs, bedreigde akkerflora of de kraanvogel, profiteert de gehele akkernatuur.

Kringlooplandbouw

Het Hamster op eigen Benen experiment heeft ook concrete voorbeelden gegeven van hoe landbouw en biodiversiteit samen kunnen gaan. Hamsterbeheer past bijvoorbeeld goed in de visie van kringlooplandbouw, met regionale grondstofstromen, groenbemesters en een aantrekkelijk landschap, wat bovendien goed is voor recreatie en andere natuurwaarden, zoals akkervogels.

Foto’s: Erik Meijs en Harm Kossen

Heeft u vragen, neem dan contact op
met veldmedewerker Rik Schreurs.

ANLb-formulieren
of voorwaarden nodig?